Signalement
In de Nederlandse bossen komen de grote houtwesp, ook wel bekend als de reuzenhoutwesp, en de gewone houtwesp voor. De reuzenhoutwesp wordt 18 tot 38 millimeter lang. Het vrouwtje heeft een geel achterlijf met een brede, zwarte band. Ze bezit een flinke legboor die naar achteren uitsteekt en er angstaanjagend uit kan zien. Maar geen zorgen, de boor zorgt ervoor dat ze haar eitjes kan afzetten in het hout en is dus geen angel waarmee ze steekt. De gewone houtwesp is iets kleiner: 12 tot 32 millimeter lang. Het vrouwtje is zwart-blauw van kleur met een rood-gele band op het achterlijf. Ook het vrouwtje van deze kleinere soort heeft een fikse legboor; deze kan wel 35 millimeter lang zijn. De larven van beide soorten zijn witachtig van kleur en hebben de vorm van een cilinder.
Houtwespen vliegen van juni tot september. Na het paren boort het bevruchte vrouwtje met haar legboor een gat in de bast en zet honderden eitjes af in het hout van sparren en dennen. Ze kiest daarbij vaak voor bomen die niet helemaal gezond zijn. Met het afzetten van de eitjes worden ook schimmelsporen afgezet. Die sporen ontkiemen waarna zij beginnen met het verteren van het hout, wat ervoor zorgt dat het voor de larven beter verteerbaar wordt.
Vanuit bosbouw-oogpunt is dit een probleem, zieke bomen worden door de aanwezigheid van de houtwesp verder aangetast. De ontwikkelingsduur van larve tot volwassen wesp bedraagt gemiddeld 3 jaar. De volwassen houtwespen verlaten het hout door ronde uitvliegopeningen van 6 tot 10 millimeter doorsnede.